Inleiding
Onze samenleving kent verschillende terugkerende maatschappelijke problemen: overlast en onveiligheid, armoede en schulden, complexere problematiek met hoger wordende zorgkosten, etc. Overheden geven miljarden uit aan interventies gericht op deze maatschappelijke issues. Echter, vaak mislukken deze interventies omdat de randvoorwaarden voor het slagen ervan worden genegeerd dan wel actief afgebroken. Toch wordt de oorzaak van het mislukken van deze interventies bij de doelgroep gelegd voor wie de interventies bedoeld zijn. Ondanks dat de interventies onvoldoende aansluiten bij deze doelgroepen en hen zelfs de mogelijkheid ontnemen succesvol de doelen te behalen, wordt de schuldvraag verplaatst van de initiatiefnemer van naar de deelnemer aan de interventie. Gevolg is dat er wordt bezuinigd op hulp en ondersteuning aan deze doelgroepen. Dit lost het probleem niet op, sterker nog de initiële maatschappelijke problemen worden groter, complexer, hardnekkiger. Om hiermee om te gaan, wordt er geïnvesteerd in interventies, vaak met het oog op gedragsverandering bij de beoogde doelgroep. Omdat ook deze interventies niet aan de benodigde randvoorwaarden voldoen, worden de gestelde doelen wederom niet behaald. Een visuele cirkel van opbouwen en afbreken die veel geld kost en grote groepen mensen het perspectief ontneemt dat ieder mens verdient.
Tegenbeweging
Deze beweging kent ook een tegenbeweging: steeds meer overheden en maatschappelijke organisaties besluiten zich te richten op ‘de menselijke maat’. Ze erkennen dat het systeem en haar oplossingen niet voor iedereen de passende weg is en willen beter aansluiten bij wat doelgroepen in kwetsbare situaties nodig hebben. Het idee is mooi: op het moment dat we de mens (onze doelgroep, inwoner of cliënt) centraal stellen, proberen we de wereld vanuit diens perspectief te bekijken en onze dienstverlening hierop te doen aansluiten. Helaas lopen de overheden met hun goede intenties tegen het systeem aan. We hebben in onze systeemwereld namelijk veel beleid en maatregelen die het ‘grote gemiddelde’ bedienen en geen rekening houden met verschillen in perspectief. We vinden dit ook logisch, want je richt je immers op de grootste groep mensen bij het maken van maatregelen en beleid. Echter, steeds vaker komen we erachter dat er grote groepen mensen buiten dit gemiddelde vallen. Sterker nog; we realiseren ons dat dit ‘grote gemiddelde’ misschien wel helemaal niet bestaat. En dat is ingewikkeld, want je kunt als overheid of organisatie best af en toe maatwerk leveren, maar niet voor iedereen.
Verschil in waardeEn dan hebben we nog de laatste groep: de mensen achter de overheden, instanties, maatschappelijke organisaties die van mening zijn dan verschillende groepen inwoners een verschillende waarde hebben voor de maatschappij. In hun visie zijn er groepen inwoners die weinig tot geen maatschappelijke waarde hebben en dat het daarom onverantwoord is te investeren in hun perspectief, welzijn en groei. Door het afbreken van deze investeringen dragen ze, onbedoeld, bij aan het vergroten van de maatschappelijke uitdagingen en daarmee het groter worden van de groep inwoner die zich in een kwetsbare situatie bevindt. Volgens hun eigen maatstaaf verkleinen ze het aantal mensen met maatschappelijke waarde en creëren ze de ‘zwakke schakels’ in het systeem.


